Van Extra Practice tot EU-beleid
Tijdens Dutch Design Week 2026 brengt het programma bij Foundation We Are een hands-on workshop samen met Europese praktijkvoorbeelden en perspectieven. Door ervaringen uit verschillende contexten te delen, onderzoekt de avond hoe eerlijkere en duurzamere collectieve praktijken kunnen worden ontwikkeld wanneer traditionele financierings- en institutionele structuren tekortschieten.
Het programma verbindt deze praktijkgerichte verkenning met een breder Europese ontwikkeling over de omstandigheden waaronder kunstenaars en culturele professionals werken. Achter ieder kunstwerk staat een artistieke professional, en eerlijke arbeidsvoorwaarden en een eerlijke beloning worden op Europees niveau steeds meer erkend als essentieel voor een veerkrachtige, diverse en inclusieve culturele sector. De Culture Compass for Europe van de EU benoemt eerlijke arbeidsvoorwaarden, een sterkere dialoog met de culturele en creatieve sectoren en betere toegang tot culturele financiering als belangrijke prioriteiten. Het EU Artists’ Charter formuleert in het bijzonder principes voor eerlijke en transparante arbeidsvoorwaarden.
Het opbouwen en onderhouden van een inkomstenpool kost tijd en inspanning. Hoewel het delen van kosten en verantwoordelijkheden meer ademruimte kan creëren, kan het voor creatieve professionals met weinig financiële zekerheid lastig zijn om voorrang te geven aan het noodzakelijke onbetaalde werk dat hiervoor nodig is.
Hoe kunnen we elkaar samen blijven ondersteunen als iedereen te druk is met het overeind houden van de eigen praktijk?
Steeds meer kunstenaars en ontwerpers experimenteren daarom met nieuwe manieren om inkomen, risico, middelen en verantwoordelijkheid te delen. Van het gezamenlijk dragen van kosten tot het poolen van inkomsten en het ontwikkelen van coöperatieve vormen van werken en eigenaarschap.
Gevoelens rond geld gaan diep: angst om te delen, schuldgevoel wanneer je ontvangt, en de drang om vooral je eigen hachje te redden. Collectieve economische praktijken worden daarmee ook een oefening in het afleren van hyperzelfstandigheid: voordat we samen het diepe in kunnen, moeten we eerst ons individualistische harnas uitdoen.