Materiële toestanden
MATERIAL • VALUE • TIME volgt wol door een reeks materiële toestanden, van ruwe vacht en gereinigde vezel tot gesponnen garen, geconstrueerd textiel en ontrafelde vorm. Elke toestand ontstaat door een ander proces, waardoor de eigenschappen en mogelijkheden van de vezel veranderen. Door te spinnen, breien, haken en knopen wordt wol uitgerekt, opgebouwd, gevormd en weer uit elkaar gehaald. Het project gebruikt deze transformaties om het materiaal zelf te onderzoeken: de dichtheid, elasticiteit, spanning en het vermogen om door menselijk handelen te veranderen. Wol wordt niet beschouwd als een neutrale grondstof, maar als een vezel die wordt gevormd door dier, landschap, klimaat en de omstandigheden waarin ermee wordt gewerkt.
Ambachtelijke kennis
Het project komt voort uit voortdurend onderzoek en praktisch werk met ambachtsgemeenschappen in Transsylvanië, Roemenië, waar textiele kennis van generatie op generatie wordt doorgegeven. MA RA MI werkt rechtstreeks samen met de mensen die deze kennis dragen en beoefenen, brengt tijd met hen door, leert en beoefent technieken zoals spinnen, breien, haken en knopen, en ontwikkelt het werk vanuit dit gezamenlijke proces. Deze kennis is praktisch en door ervaring verworven, opgebouwd door observatie, herhaling en oefening. Door langere tijd samen te werken, krijgt MA RA MI inzicht in hoe wol, vaardigheden en het maken verbonden zijn met een plek en met de mensen die deze praktijken beoefenen. De technieken worden niet als historische vormen gereproduceerd, maar onderzocht binnen een hedendaagse praktijk, waarbij de kennis die tijdens het proces wordt gedeeld richting geeft aan de verdere ontwikkeling van het werk.
Veranderende waarde
Wol stond ooit centraal in lokale economieën, overleving en het dagelijks leven. Vandaag de dag wordt een groot deel van deze vezel weggegooid of verbrand, nu lokale verwerkingssystemen verdwijnen en industriële productie verandert. MATERIAL • VALUE • TIME reageert op deze verschuiving door wol opnieuw door maakprocessen te leiden die steeds verder los zijn komen te staan van de hedendaagse productie, en het materiaal nieuwe vormen en functies te geven. In een reeks sculpturale textiele lichtwerken worden spinnen, breien, haken en knopen manieren om ruimte te construeren, in plaats van alleen een textieloppervlak te maken. De uiteindelijke vormen behouden de dichtheid, onregelmatigheid en sporen van handwerk, terwijl het licht het materiaal van binnenuit zichtbaar maakt. Het werk stelt een andere manier voor om de waarde van wol te bekijken: niet alleen als grondstof, maar ook door de kennis, arbeid en tijd die nodig zijn om het materiaal tot iets anders te maken.