Ga naar de hoofdinhoud
17-25 October 2026

Biodesign is geen trend

05 oktober 2026
Biodesign is geen trend
Polarities
© Boudewijn Bollmann

Interview met Beacon Emma van der Leest

Biodesigner Emma van der Leest werkt al meer dan tien jaar op het kruispunt van design, biologie en technologie. Ze richtte BlueCity Lab op en is al jaren betrokken bij de internationale Biofabricate Summit. Ze onderzoekt in haar eigen ontwerppraktijk hoe we niet alleen door de natuur geïnspireerd kunnen worden, maar ook hoe we met levende organismen kunnen ontwerpen.

Tijdens Dutch Design Week (DDW) 2026 is Emma een van de Beacons (red. ambassadeur). Met haar tentoonstelling The Biodesign Warehouse – Department Store For Life laat ze zien hoe biodesign de ontwikkeling kan maken van het lab naar producten die we in de toekomst gewoon in de winkelstraat kunnen tegenkomen. We interviewde haar over ontwerpen met levende systemen, de toekomst van biodesign en over DDW.


Waar kennen we je van?

“Ik ben biodesigner en werk inmiddels ruim tien jaar op het snijvlak van design, biologie en technologie. Mensen kunnen me kennen van mijn projecten BlueCity Lab in Rotterdam, de internationale Biofabricate Summit, diverse tentoonstellingen die ik heb gecureerd en van lezingen die ik geef.

Mijn fascinatie voor biodesign begon tijdens mijn studie aan de Willem de Kooning Academie. Als student werkte ik onder andere bij Waag en Mediamatic en daar zag ik wat er kan ontstaan als kunstenaars, ontwerpers, wetenschappers en technologen samen experimenteren. Zo’n plek wilde ik ook in mijn eigen stad, Rotterdam creëren. In 2016 richtte ik daarom BlueCity Lab op, waar ondernemers, onderzoekers en studenten werken aan circulaire innovaties en nieuwe toepassingen voor reststromen. Voor mij was het vanaf het begin belangrijk dat zo'n lab niet alleen toegankelijk is voor wetenschappers. Er ontstaan interessante dingen wanneer verschillende disciplines bij elkaar komen. Een ontwerper stelt andere vragen dan een microbioloog en een ondernemer kijkt weer anders naar een materiaal of proces.

Mijn afstudeerproject Form Follows Organism – The Biological Computer vormde de basis voor mijn eigen ontwerppraktijk. Ik onderzocht met dit project hoe je niet alleen door de natuur geïnspireerd kunt ontwerpen, maar daadwerkelijk mét een levend organisme.

Nog een belangrijke ontwikkeling begon tijdens mijn stage in Londen bij Suzanne Lee, oprichter en CEO van Biofabricate. Via haar raakte ik betrokken bij de internationale Biofabricate Summit. Inmiddels ben ik daar al ongeveer tien jaar aan verbonden.

En je kan me ook kennen van Fungkee Supercoating, dit begon nadat ik in 2019 de Bio Art & Design Award won. Samen met een professor van de Radboud Universiteit onderzocht ik hoe schimmels kunnen worden ingezet voor een volledig biobased, waterafstotende coating. Dit project is nog volop in ontwikkeling.”

Wat maakte dat je ja zei toen we je vroegen om Beacon van DDW te worden?

“Het is een enorme eer om Beacon van DDW26 te zijn! Ik kom hier al heel lang als bezoeker. Persoonlijk is het dus heel bijzonder, maar ik zie het ook echt als erkenning voor een veel groter veld: voor alle ontwerpers, onderzoekers, wetenschappers en ondernemers die hier al jarenlang aan werken.

Ik heb veel energie gestoken in het verbinden van mensen en partijen: ontwerpers met wetenschappers, studenten met onderzoekers, start-ups met bedrijven en onderwijs met industrie. Biodesign kan alleen groeien als kennis wordt gedeeld en mensen elkaar weten te vinden. Cooperation is the new competition is voor mij daarom niet alleen een uitspraak; ik probeer mijn praktijk ook echt zo in te richten.

Toen ik in 2015 afstudeerde met Form Follows Organism was er nog behoorlijk veel onbegrip. Waarom zou een ontwerper zich bezighouden met bacteriën, schimmels en cellen in een laboratorium in plaats van met hout, metaal, keramiek of kunststof? Ik heb er echt voor moeten vechten om duidelijk te maken dat dit óók een ontwerppraktijk is. En als DDW je dan ruim tien jaar later vraagt om Beacon te worden, voelt dat wel als een moment waarop je denkt: oké, al dat werk wordt dus wel degelijk gezien, dat is geweldig natuurlijk.”


Wat zou je de volgende generatie designers willen meegeven?

“Blijf nieuwsgierig, blijf maken en wees niet bang om iets nog niet te weten. Toen ik met biodesign begon, wist ik ook niet precies waar het naartoe zou gaan. Ik wilde vooral begrijpen hoe organismen werken, wat ze kunnen produceren en wat er gebeurt wanneer je die kennis onderdeel maakt van een ontwerpproces.

Biodesign is voor mij echt een craft. Je kunt veel lezen over een organisme of materiaal, maar uiteindelijk moet je ermee werken om het te leren kennen. Je experimenteert, observeert, maakt fouten en begint opnieuw: think, make, do, fail, repeat.

En probeer niet alles zelf te kunnen. Als ontwerper hoef je niet ook microbioloog, chemicus, ingenieur, ecoloog én ondernemer te zijn. Zoek mensen op die weten wat jij niet weet. Juist in die samenwerkingen kan een ontwerper een interessante rol spelen, omdat we gewend zijn verschillende werelden met elkaar te verbinden en ons iets voor te stellen wat er nog niet is.”

Polarities
Polarities
© Boudewijn Bollmann

Waar kijk je het meest naar uit bij DDW?

“Naar de verwondering van bezoekers! Met The Biodesign Warehouse wil ik verder gaan dan de materiaalstaaltjes en experimentele prototypes waarmee biodesign vaak wordt geassocieerd. Daarom vond ik het warenhuis als vorm interessant. Iedereen begrijpt een warenhuis. Je ziet cosmetica, kleding, schoenen, tassen en spullen voor in en om het huis. Je hoeft dus niet eerst te begrijpen wat biodesign precies is. Je ziet een tas, verpakking of cosmetisch product en denkt: wacht eens even, kan dit dus óók zo worden gemaakt?

Mijn droombeeld is een soort groene Koopgoot (red. winkelstraat in Rotterdam) en dat je daar dan straks gewoon biobased of biofabricated producten kunt kopen, niet als nicheproduct van vierhonderd euro, maar betaalbaar en toegankelijk voor iedereen. Technisch kunnen we al ontzettend veel, maar industrie, economie, regelgeving en productieketens lopen daar nog niet altijd in mee.

Ik hoop dat mijn bezoekers op DDW eerst denken: wow, kan dit nú al? En vervolgens: maar als dit kan, waarom zie ik het dan nog niet overal? Tussen die twee vragen zit voor mij het interessante gesprek.”


Wat kan het publiek verwachten van The Biodesign Warehouse?

“Met The Biodesign Warehouse – Department Store For Life verbind ik de herkenbare wereld van een warenhuis met die van wetenschap en biologie. Ik wil laten zien wat er gebeurt wanneer je de volgende stap zet: van materiaal naar product en van laboratorium naar warenhuis.

Denk aan fermentoren waarin nieuwe grondstoffen worden gekweekt, gisten die kleur produceren voor textiel of cosmetica, coatings, bouwmaterialen en verpakkingen die via biologische processen ontstaan. Je begint bij iets wat je kent, zoals een schoen, kledingstuk, potje crème of bouwmateriaal, en ontdekt vervolgens het biologische proces erachter.

Daarmee wil ik ook onze relatie met micro-organismen kantelen. We zien bacteriën en schimmels vaak als iets wat we moeten bestrijden, terwijl we ontzettend afhankelijk van ze zijn. Wat gebeurt er als we ze ook als bondgenoten zien? Als organismen die kleur produceren, reststromen omzetten in grondstoffen, materialen laten groeien of water helpen zuiveren?

Ik ben er in de loop der jaren achter gekomen dat we de natuur niet moeten gaan zien als een nieuwe materiaalbibliotheek waaruit we onbeperkt oplossingen kunnen halen. Wij zijn zelf onderdeel van de natuur. En als je dat als uitgangspunt neemt, ga je anders dingen anders zien en ga je dus ook anders ontwerpen: welke materialen, reststromen en kennis zijn lokaal al aanwezig?

Het warenhuis laat niet alleen zien wat er al mogelijk is, maar stelt ook vragen over wat er nog mogelijk zou kunnen worden.”


Heb je een tip voor DDW-bezoekers?

“Probeer vooral niet alles te zien. Ga ook eens verder dan de plekken waar je automatisch terechtkomt. Op locaties als BioArt Laboratories of Sectie-C kom je vaak werk tegen waarbij mensen echt midden in hun proces zitten. Dat kan ontzettend interessant zijn!

Bezoek ook een talk of workshop en praat met de makers en ontwerpers. Soms zie je een klein stukje materiaal waarvan je denkt: ‘oké, leuk’, terwijl als je ernaar vraagt, blijkt dat iemand daar drie jaar onderzoek naar heeft gedaan. Zodra je het verhaal erachter hoort, kijk je totaal anders naar een ontwerp of project.

En laat je ook vooral een beetje door toeval leiden. Het leukste aan DDW is voor mij dat je soms naar buiten komt met een onderwerp waarvan je een half uur daarvoor niet eens wist dat je het interessant vond.”

© Dolf Henkes

Emma op DDW26

Tijdens DDW26 brengt Emma die ideeën op verschillende manieren tot leven. In The Biodesign Warehouse – Department Store For Life verandert biodesign in een herkenbare winkelervaring: van kleding en cosmetica tot coatings, verpakkingen en bouwmaterialen. Dit zijn geen verre toekomstbeelden, maar toepassingen die laten zien hoeveel er nu al heel veel mogelijk is met levende organismen en biologische processen.

Ook haar eigen langlopende onderzoek Fungkee Supercoating is tijdens DDW te zien. Daarin onderzoekt Emma hoe schimmels kunnen bijdragen aan een volledig biobased, waterafstotende coating: een project dat laat zien dat innovatie zelden een rechte lijn volgt, maar bestaat uit experimenteren, stoppen, opnieuw beginnen en steeds verder ontwikkelen.

Nieuwsgierig geworden? Ontdek tijdens DDW26 The Biodesign Warehouse – Department Store For Life en Fungkee Supercoating. Wij zijn benieuwd welke nieuwe vragen er na een bezoek aan Emma’s warenhuis opborrelen.