Voor wie is veiligheid ontworpen?
De openbare ruimte is ontworpen; dat geldt ook voor de systemen die haar veilig moeten maken. Camera’s, barrières, beton, staal en beschermende netten dragen allemaal ideeën in zich over wie wordt beschermd en wie wordt bekeken. Ze maken veiligheid tastbaar: iets dat kan worden gebouwd, geïnstalleerd en onderhouden.
Blind Spots neemt die taal over. Palen, betonnen ballast, staalkabels, uitvergrote CCTV-camera’s en felgekleurde steigerdoeken vormen samen een structuur die zich ergens tussen bescherming, surveillance en controle bevindt. De netten overlappen, lopen door elkaar heen en onderbreken zichtlijnen.
Maar deze materialen betekenen niet voor iedereen hetzelfde. Een camera stelt de ene persoon gerust en geeft een ander juist het gevoel bekeken of blootgesteld te worden. Een barrière beschermt en sluit tegelijkertijd buiten. Beton stabiliseert; netten vangen op. Door deze betekenissen in één structuur samen te brengen, vraagt Blind Spots voor wie veiligheid wordt ontworpen, wiens ervaring als norm wordt gezien en wat verloren gaat wanneer een complexe werkelijkheid wordt teruggebracht tot één verhaal.
Een stad met vele waarheden
Er bestaat niet één ervaring van veiligheid. Gender, etniciteit, beperking, seksualiteit, klasse en verblijfsstatus kruisen elkaar en bepalen mede hoe iemand zich door de openbare ruimte beweegt. Twee mensen kunnen in dezelfde straat staan zonder zich op dezelfde plek te bevinden.
Blind Spots maakt dit ruimtelijk. De netten lopen door en over elkaar heen en veranderen wat je kunt ervaren terwijl je beweegt; kleuren worden intenser waar lagen elkaar overlappen en lichter waar de structuur zich opent. Op verschillende plekken klinken opgenomen getuigenissen: sommige dichtbij en helder, andere ver weg, gedeeltelijk hoorbaar of vermengd met andere stemmen.
De installatie laat je intersectionaliteit niet ervaren als een concept dat je moet begrijpen, maar als een positie die je nooit volledig kunt innemen. Er is geen standpunt van waaruit alles tegelijk kan worden gezien of gehoord. Je kunt je naar het perspectief van een ander bewegen, zonder het ooit volledig te kunnen bewonen.
De plekken waar zichtlijnen verdwijnen worden letterlijke blind spots: plekken waar bestaande veiligheidssystemen niet goed kunnen worden gezien en waar een andere vorm van infrastructuur noodzakelijk wordt.
Zorg als infrastructuur
Blind Spots verandert tijdens Dutch Design Week. Bij de palen beantwoorden bezoekers vragen op stroken stof: Wat heb jij nodig om je hier gedragen te voelen? Wanneer zorgde een onbekende ervoor dat jij je veilig voelde? Ze schrijven hun antwoord op en knopen de strook aan de netten. In negen dagen groeit de installatie uit van camera’s, staal, beton en netten tot een dichter, zachter en menselijker archief.
Die groeiende laag is de zorginfrastructuur die het werk voorstelt. Ze ontstaat niet door mensen te observeren, maar door te luisteren, te erkennen en te reageren. Zorg is hier geen sfeer of goede intentie, maar iets dat ontworpen, gebouwd en onderhouden kan worden.
Na DDW vormen de reacties de basis voor de People’s Blueprint for Care Infrastructure: een beleidsadvies dat ervaringen met veiligheid meeneemt naar gemeenten, ministeries en andere besluitvormers. Blind Spots vraagt: wat als we zorg net zo bewust zouden plannen, financieren en onderhouden?