DE ONGEZIENE UREN
We zijn het meest onszelf in de ruimtes die niemand bedoeld is te zien: de late en eenzame uren, ontdaan van elk publiek waarvoor we ons moeten tonen. Een aanwezig lichaam voert op en ordent hoe het gezien wordt. Een spoor wordt zonder opzet achtergelaten en draagt daardoor wat iemand anders zou wegbergen. Deze uren worden bijna nooit getuigd, en toch laten ze een record achter. Een deuk, een vouw, een object dat bleef liggen waar het viel, de verschuivende hoek van licht over een oppervlak. De kamer leest dit residu als een vorm van schrijven: een onvrijwillig dagboek, geschreven door gebruik in plaats van intentie.
OBJECTEN DIE NIET WILLEN VERGETEN
Huishoudelijke objecten zijn gemaakt om uit te wissen. Een kussen veert terug, een jaloezie herstelt zich, het licht trekt verder. Elk object in deze ruimte wordt uit dat private register gehaald en herwerkt zodat het vasthoudt wat anders zou vervagen. Het gebaar wordt bewust omgekeerd: objecten van zachtheid, rust en terugtrekking worden gemaakt om de sporen van een lichaam te bewaren, in plaats van los te laten. Wat normaal ’s ochtends wordt weggepoetst, blijft hier bestaan.
IEMANDS ANDERE KAMER BINNENSTAPPEN
De bezoeker betreedt de ruimte zoals je een kamer binnenkomt die onbeheerd is achtergelaten: stil, ietwat indringend, en een persoon lezend uit wat die niet heeft opgeruimd. Er wordt geen identiteit gegeven, alleen bewijs. Maar dat lezen blijft niet in één richting gaan. Tussen deze onbekende sporen begint de bezoeker ook eigen gebaren te herkennen, dezelfde afdrukken die in dezelfde eenzaamheid zijn achtergelaten. Wat begon als het kijken naar iemand anders, verandert langzaam in gezien worden. De kamer was nooit alleen van hen.