Zoeken

Sluit zoeken
Updates

Design as a moral act

18 March 2024

Secrid Talent Podium - DDW23 - Strijp-S - Klokgebouw Hal1 - © Cleo Goossens
Moeten designers betekenisvolle veranderingen en transformatie in de samenleving aanjagen en aansturen?

Lieke van Stekelenburg is een van de vijf Creative Voices die dit jaar zijn geselecteerd om vanuit haar eigen, unieke perspectief zowel een preview als een review te schrijven op Dutch Design Week 2023 (DDW23). Via een Open Call zijn internationaal creatieven uitgenodigd om te reflecteren op actuele kwesties en de rol die ontwerpers daarin spelen. De programmalijnen die Lieke onderzocht voor haar review van Dutch Design Week zijn het Service & Innovation Design-perspectief en de Boosting our Health & Wellbeing-missie*. In Design as a moral act, deelt Lieke haar bevindingen in een gesprek met Miriam van der Lubbe, ontwerper en Creative Head van Dutch Design Week. 

Lieke: “Ik ben theoloog en promoveer op het concept van het ethisch kompas dat ik heb ontwikkeld. In mijn promotietraject merkte ik al snel dat er veel verschillende interpretaties zijn van zo’n kompas en van wat professionals verstaan onder het ‘normatieve noorden’. Er zijn veel verschillende waarden, formats en contexten die meetellen in hoe iemand ethiek toepast in de professionele praktijk. Daarnaast wordt in de literatuur een ethisch kompas ook wel gezien als iemands morele karakter of juist als de omgeving die karaktervorming beïnvloedt. Ik vertrek vanuit de vraag: ‘Wat wordt er van morele professionals verwacht?’. En dan zie je dat mensen intrinsiek gemotiveerd moeten zijn om ‘het goede’ te doen, maar zich ook moeten verhouden tot de morele waarden van het vakgebied zelf. Dat wordt het duidelijkst wanneer ze geconfronteerd worden met kritische situaties, dus ik heb het ethisch kompas gedefinieerd als: de intrinsieke motivatie van professionals om kritisch te denken en moreel te handelen volgens persoonlijke en professionele waarden als ze geconfronteerd worden  met ethische dilemma's.”

Miriam: “Dat kritisch denken is wel onderdeel van de natuur van een ontwerper, net als het nadenken over een ander perspectief of een andere toekomst. Zag je dat in jouw bezoek aan Dutch Design Week en de gesprekken met ontwerpers ook terug?”

Lieke: “Absoluut. Vooral toen ik vroeg naar wat er anders kan, of wat er nodig is om een transformatie in gang te zetten. Al halen ze hun morele waarden niet zozeer uit de beroepsgroep, ook omdat de ontwerpsector geen inhoudelijke beroepscode kent, in ieder geval niet op basis van ethische waarden. Maar die ontlenen ontwerpers wel aan wat ze als teams of organisaties formuleren aan uitgangspunten en die zijn wel degelijk richtinggevend. Het viel me op dat veel designers die ik tijdens en vlak na Dutch Design Week sprak zich niet direct herkenden in de term ‘ethische dilemma’s’. Zij ervoeren dat eerder als keuzes en daarvan zijn er nogal wat te maken. Dus ethiek is voor hen op zichzelf niet een dilemma, ik zou zelfs zeggen voor de meesten haast een vanzelfsprekendheid, maar de spanning zit hem in alle keuzes die ze maken om als ontwerper die ethiek toe te passen.”

Dilemma’s

Miriam: “Ontwerpers werken eigenlijk altijd vanuit een positieve mindset, willen betekenisvol zijn en bijdragen aan de wereld. Dus dat dilemma heeft misschien onbewust al plaatsgevonden; ‘geld’ versus ‘duurzaamheid’ ervaren ze misschien niet eens als een dilemma, want ze ontwerpen al vanuit de waarde duurzaamheid. Dan gaat geld pas tellen in de keuzes die je vanaf daar maakt. Wat het complex maakt, is dat er vaak nog onvoldoende zicht is op alle factoren, feiten en cijfers om je op te baseren. Welk materiaal is nou écht duurzaam, alleen daarover lopen de meningen natuurlijk al uiteen. Bovendien ontwikkelt de kennis hierover in een rap tempo. Vanuit welke wetenschap kan ik als ontwerper werken? Er worden veel aannames gedaan. Is een kleinere footprint het belangrijkst, of toch het materiaal, het productieproces, of de logistiek of de energiekosten? Of is het allemaal even belangrijk? Om vanuit het totaal van de keten goed te kunnen denken, mogen we nog veel meer kennis toelaten vanuit andere werkvelden en samenwerkingen met partijen die de kennis die nodig is in huis hebben. Dan pas kun je zeggen: ik kies hiervoor of daarvoor. Het dilemma is dan wat de juiste keuze is. Om zo’n keuze vanuit een wetenschappelijke basis te ontwikkelen, is misschien niet per se de sterkste kant van een ontwerper.”  

Lieke: “Dus eigenlijk zeg je dat die dilemma’s in een veel eerder stadium wel spelen?”

Miriam: “Ontwerpers willen het in de basis allemaal goed doen, maar waar baseer je ‘goed’ op, is volgens mij de vraag. Er is geen algemeen antwoord voor alle ontwerpers, die nuance moeten we denk ik wel maken.” 

Esthetiek

Lieke: “Een aantal van de ontwerpers die ik tijdens en na DDW sprak voor dit stuk*, gaven ook aan dat er altijd ontwerpers zijn die willen focussen op een heel mooi design maken.”

Miriam: “Natuurlijk is esthetiek een belangrijk criterium. En in mijn ogen staat dat ethiek niet in de weg. Ik ben ervan overtuigd dat esthetiek een voorwaarde is voor zeggingskracht en de deur opent naar betekenis. Alleen mooi om de mooi is lastig, want wie bepaalt dan wat mooi is? Maar als iets niet aantrekkelijk is, dan mis je ook de uitnodiging om verder te kijken en te willen weten waar een ontwerp over gaat. Juist die inhoudelijke betekenis vinden we als DDW heel belangrijk; dat het echt bijdraagt aan het vormgeven van de toekomst. Zeker de jonge generaties hebben heel goed in de gaten dat wij met elkaar onze wereld ontwerpen. Dat het creëren van iets nooit los staat van die wereld en dus van welke keuzes je maakt: welke grondstoffen je gebruikt, met wie je samenwerkt, wat je veroorzaakt met jouw ontwerp. Maar het in vervoering brengen is ook absoluut een waarde van ontwerp.”

Lieke: “Intrinsieke motivatie zegt iets over iemands karakter. In de morele psychologie is dat belangrijk: alleen als je jezelf ermee verbindt, kun je morele oordelen verbinden aan actie. Ontwerpers spraken in mijn onderzoek veel over de noodzakelijkheid om zichzelf in de spiegel aan te kunnen kijken.”

Miriam: “Dat is een diepgewortelde, persoonlijke kennis. Wie ben ik, in relatie tot de wereld? Welke plek neem ik in, hoe ben ik van betekenis en welk verschil wil ik maken?”

Omlab - Dutch Design Awards - DDW23 - Strijp-S - Microlab
© Nick Bookelaar

Goed - beter - best

Lieke: “Ontwerpers geven aan niet alle ontwerpers langs dezelfde lat te willen leggen. Ze houden de eigen ethische afwegingen dicht bij zichzelf en vinden het tricky om een norm uit te spreken over ‘of designers het wel goed doen’. Margreet van Uffelen van Omlab zei bijvoorbeeld: ‘Er is geen vaststaand ‘Noorden’ waar je op kunt koersen. Je kunt als ontwerper niet álles tegelijkertijd goed doen in de keuzes die je maakt in het ontwerpproces. Maar je kunt wel goed - beter - best worden, als je ernaar blijft streven en als je eerlijk en open blijft in wat al wel lukt en wat nog niet.’ De moeilijkheid van ethische dilemma’s is dat ontwerpers continu moeten schaken op een speelveld waarin niets vastligt. In die chaos ontkomen ze ook niet aan een zeker opportunisme. Wat ‘het goede doen’ dan is, moet in gesprek in met zoveel mogelijk netwerken onderzocht blijven worden.”

“Er is een sterke dialoogcultuur, vooral ook onder jonge ontwerpers, die daarmee de waarden creëren die essentieel zijn voor het ontwerpproces. Je moet de kritische stemmen willen horen en daar iets mee doen. Dat kan eigenlijk alleen als je gezamenlijk een begrip kunt ontwikkelen van wat ‘goed design’ is. Dus misschien is er toch een soort code, maar dan impliciet.”

Miriam: “Dat vind ik een mooie bevinding. Ontwerp kenmerkt zich ook door de itererende kwaliteit van het vak. Maar het mag anderzijds geen navelstaarderij worden. Als ontwerpers begrijpen we elkaar allemaal vrij goed, maar in de wereld buiten ons vakgebied valt nog zoveel te leren en winnen. Daarin moeten we samen optrekken en juist kritisch vermogen ontwikkelen door de buitenwereld toe te laten. En die buitenwereld is een veelvoudig complexe matrix. Dat gaat over allerlei vormen van diversiteit: cultureel, in leeftijd, gender en achtergrond bijvoorbeeld, maar ook in disciplines, werkwijzen, samenwerking, locatie en (inter)nationaliteit. Meerstemmigheid is heel hard nodig om ons kompas te blijven ijken en herijken.”

Inzicht in proces

Lieke: “Ik vind het Secrid Talent Podium een schoolvoorbeeld van dat zichtbaar maken: zij hadden hun stand ingericht op hun ethische dilemma’s en dat heel mooi uitgebeeld. Ze lieten heel transparant hun keuzes zien in de verschillende stadia van het ontwerpproces, bijvoorbeeld over hun continue zoektocht naar duurzamere alternatieven, in materiaal, logistiek, enzovoorts. Vervolgens gingen ze erover in gesprek, met ontwerpers en andere bezoekers. Daardoor krijg je inzicht in hoe ingewikkeld dat proces is en hoeveel keuzes eraan vooraf gaan voordat je als consument een product in handen hebt. Dat helpt om zelf kritisch te kunnen zijn op wat je voor producten koopt.”

“Een ander mooi voorbeeld vond ik Philips, die geluiden hebben ontwikkeld om de stress op een Intensive Care te verminderen. De ontwerper die ik daarover sprak, Olga Surawska, vertelde dat zij als organisatie care, quality en patient first centraal stellen. Toen ik vroeg waarom die in hun presentatie niet expliciet werden benoemd, legde zij uit dat dit voor hen vanzelfsprekend is, omdat hun organisaties op die waarden is ingericht. Maar voor een bezoeker is het dat helemaal niet, dan moet je je best doen om dat eruit te filteren.”

Miriam: “Terwijl zij ook werken in een realiteit waarbij alles langs ethische commissies moet om te weten tot hoever je mag ingrijpen als het gaat om gezondheid. Denk alleen al aan datagebruik en privacy.”

‘Authenticiteit van ontwerpers lijkt mij een overschatting.’

Lieke: “Wat me ook opviel, was dat het voor veel ontwerpers gaat over de bewustwording richting een transformatie die ze willen creëren, zoals de invloed van technologie op de mens. Maar bijvoorbeeld ook de waarde van stilte, zoals in het werk van Rutger Muller. De innovatie van iets wat we vergeten zijn.”

Miriam: “Originaliteit zit in het DNA van veel ontwerpers, die iets nieuws willen toevoegen en autonoom denken. Terwijl wetenschap juist doorbouwt op iets wat er al is. Dat doe je in ontwerp eigenlijk niet, vaak vanwege auteursrechten. Wetenschap is veel meer een open uitnodiging om ergens mee verder te gaan. Ontwerp kan ook in een kramp schieten om te beschermen van wie iets is en of het authentiek is.”

Lieke: “Authenticiteit van ontwerpers lijkt mij een overschatting; niemand is een los atoom op de wereld. Je bent altijd in een context opgegroeid en hebt je aan de hand van talloze beelden ontwikkeld, dus je bent hoe dan ook beïnvloed door de mensen van wie je het vak hebt geleerd en door de tijdgeest. Kan dat niet anders? In de wetenschap en de literatuur zijn daar heel transparante regels voor. Dat gaat wel vooral over taal – het citeren of parafraseren van ander werk – terwijl ontwerp ook over beelden gaat. Ontwerpers komen natuurlijk ook veel plagiaat tegen, er wordt schaamteloos gekopieerd. Wat voor energie wil je daarin steken? Ga je het gesprek aan met de concurrent of niet? Voor een individu is dat lastig, die wordt al snel overspoeld. In een team gaat het al beter, maar mondiale vraagstukken kun je nu eenmaal niet in je uppie oplossen. Daar heb je grote netwerken en een duidelijke lijn voor nodig.”

Miriam: “Het gaat vooral over gedachtengoed, dat wordt vertaald in een beeld. Nu is het nog not done om op iets door te bouwen, auteursrecht is een onderwerp dat enorm leeft binnen een grote groep ontwerpers. Juist dat het onuitgesproken is, maakt het ongrijpbaar. Het zou enorm veel lucht kunnen geven als dat losgelaten mag worden. Misschien komen we wel veel verder met elkaar als we bepaalde beroepswaarden helder maken en collectief omarmen. Als je het in een code of regels ziet, kun je je er beter toe verhouden.”

Lieke: “Dat vergroot wel de aanspreekbaarheid en geeft ook houvast voor welke waarden – nu nog impliciet – leidend zijn in ontwerp. In de psychologie zijn dat bijvoorbeeld verantwoordelijkheid, deskundigheid, respect en integriteit.”

Miriam: “Ik kom dan altijd terug op waarden op basis waarvan wij als Dutch Design Foundation werken: ‘hoe gaan we om met elkaar en hoe gaan we om met de planeet?’ Dat proberen we te vangen in de vijf missies die we hanteren, ook binnen DDW. Dat is nog steeds niet expliciet, maar het zijn wel kaders waarbinnen we het met elkaar kunnen hebben over hoe we bijvoorbeeld gelijkwaardig kunnen samenleven, wat we gezond vinden en hoe onze (digitale) toekomst eruitziet.”

The Exploded View Beyond Building - The Embassy of Circular & Biobased Building - DDW21 - Strijp-S - Ketelhuisplein
© Max Kneefel

Sterke visie

Lieke: “Het zou interessant zijn om een moreel vocabulaire op te bouwen waarmee expliciet gemaakt kan worden welke waarden en morele overwegingen leidend zijn in de keuzes die designers tijdens het ontwerpproces moeten maken. Nu ligt het veelal aan de organisatie. Rik Maarsen van Compost Board gaf als voorbeeld dat veel afhangt met welke bedrijven je werkt. Soms zegt zo'n bedrijf toch: dan maar iets minder duurzaam en iets meer beton. Rik zei: ‘Noodzakelijkheid is heel belangrijk. Ik wil rustig kunnen slapen, ook als ik concessies moet doen aan waar ik in geloof.’ Dat vraagt om een sterke visie. 

Miriam: “Dat komt veel voor: het goed willen doen, maar in het proces dingen tegenkomen die weer tegen die waarden ingaan. Dat raakt ook aan nieuwe zorg die ik zie in het veld. De berg aan dilemma’s lijkt alleen maar groter te worden.  We horen steeds vaker ontwerpers van een nieuwe generatie zeggen: ik weet niet meer waar te beginnen, dus dan begin ik maar niet. Het is moeilijk om te zeggen: dan zet ik toch maar een stap, ook al is het niet ideaal. ‘Ga ik een druppel op die gloeiende plaat gooien, of laat ik die plaat dan liever met rust?’ Die liggen dáár dan weer wakker van.”

‘Ontwerperschap is ook zeggen: ik weet het niet, laten we kijken wat er kan.’

Lieke: “Moeten designers betekenisvolle veranderingen en transformatie in de samenleving aanjagen en aansturen?”

Miriam: “Ik kan niet anders dan daar volmondig ‘ja’ op zeggen. Dat zouden ze moeten doen en dat dóen ze ook.”

Lieke: “Maar is transformatief dan niet veel te groot? Betekenisvol begrijp ik helemaal, maar moet het dan ook nog een verandering of transformatie teweegbrengen?”

Miriam: “Wij zeggen altijd: we gaan nooit grote wereldproblemen de wereld uit ontwerpen en zeker niet alleen. Het is een mooi ideaal om op te sturen en dat alleen al brengt veel nieuwe inzichten. Het hoeft nog geen nieuwe werkelijkheid te zijn, maar het opent wel een nieuw perspectief in het denken.”

Lieke: “Heb ik er nog eentje voor je: hoe sterker de principes (embodied values) hoe minder ethische dilemma’s. Ik denk dan weer aan die waarden van Philips. Olga Surawska zei: ‘Dat zijn voor ons heel sturende principes. Omdat wij daar allemaal op koersen, vallen er al veel dilemma’s weg: als een applicatie niet veilig is, gaat er een streep doorheen.’ Maar dan moet je die waarden wel geïnternaliseerd hebben.”

Miriam: “Dat hangt sterk af van je interpretatie van die waarden. Een mooi voorbeeld is de razendsnelle ontwikkeling van AI. Ik was bij een bijeenkomst waarin het ging over de gunstige waarde daarvan voor de samenleving en we waren eigenlijk behoorlijk positief gestemd daarover. Tot een kolonel die daar ook aanwezig was, zei: ‘En nu komt alles wat jullie gezegd hebben in handen van een wapenproducent. Wat is er dan nog van waar?’. De context van de omgeving is cruciaal voor of iets leidt tot een dilemma. Leidende principes zijn mooi, maar je moet altijd durven herijken en je bewust zijn van de wereld waarin je opereert. Wat mij betreft kunnen leidende principes niet allesomvattend zijn. In het voorbeeld van Philips moeten aan het eind van de dag ontwerpers zich nog steeds afvragen hoe ver je mag gaan om care te bieden.”

Moedige keuzes maken

Lieke: “Hoe fundamenteler, hoe principiëler, hoe rechtlijniger. De kunst is om principes te hebben, zonder de nuance en dynamiek uit het oog te verliezen. Kan ik het zo stellen: een ontwikkeld ethisch kompas is een voorwaarde voor het kunnen herkennen van principes en voor de durf om die leidend laten zijn?”

Miriam: “Ik weet niet of dat waar is. En dan kom ik toch weer terug op de beperkingen waar je mee van doen hebt als ontwerper en professional, namelijk dat je altijd tegen onkunde, onmacht of onwetendheid aan blijft lopen. Ooit dachten we dat plastic fantastisch was, nu is het een van onze grote problemen. Ontwerp is niet het zoeken in oplossingen, maar in mogelijkheden. Terwijl – zeker van traditioneel opgeleide ontwerpers – er vaak juist door de omgeving wordt verwacht dat ze een bepaalde stelligheid brengen. Ontwerperschap is ook zeggen: ‘Ik weet het niet, laten we kijken wat er kan.’ Die verwondering kan juist tot mooie inzichten leiden.”

Lieke: “In ethisch handelen zit een heel bewuste component: weten waarom je iets doet. Ik zag dat dilemma’s door ontwerpers heel vaak werden herleid tot keuzes. Het maken van keuzes vereist ook nieuw leiderschap, vanuit een diepe verbinding met jezelf. Mediteren en reflecteren en dat vervolgens weer bespreken. Dat is onvoorspelbaar en voelt kwetsbaar. Stel dat je voelt dat je iets echt niet wilt, wat betekent die keuze dan? Heb je dan wel inkomsten? Een heel autonome, moreel verantwoorde keuze maken vergt ook veel moed, want het maakt je misschien ook afhankelijk van anderen.” 

Kwetsbaarheid als kracht

“Als ik alles probeer samen te vatten, identificeer ik tot nu toe vier belangrijke waarden voor ontwerpers: standvastigheid, geloofwaardigheid, impact vergroten en het versterken van de professionele identiteit. Herken jij die?”

Furniture Factory - DDW23 - Strijp-S - Klokgebouw
© Almicheal Fraay

Miriam: “Zeker, ik kan me voorstellen dat ontwerpers daarop kunnen sturen. Als je eenmaal dat kompas hebt gevonden, dan heb je eigenlijk je bestaansrecht gevonden. Al zit daar nog een belangrijke fase vóór: die van het niet weten, het zoeken en de juiste kennis, doelstellingen en keuzedomeinen formuleren. Dus we hebben nog een hoop werk te doen. Als Dutch Design Foundation onderschrijven wij de stelling: design is a moral act. Wij zien bij veel deelnemers aan Dutch Design Week een steeds grotere kwetsbaarheid. Die durven open te breken waar je als mens en organisatie tegenaan loopt en elkaars kracht te benutten. DDW2023 was de aftrap van een samenwerking tussen zes gerenommeerde meubelfabrikanten, die een gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen om de leefomgeving te verduurzamen. In Future > Factory > Furniture gaven zij heel open inzicht in waar zij als concullega’s tegenaan lopen en wat ze daarvan leren door 21 dilemma’s boven te halen. Dat is een prachtig voorbeeld van hoe kwetsbaarheid ons verder kan brengen.”

 

Lieke van Stekelenburg studeerde Theologie en Ethiek (cum laude) aan de Universiteit van Tilburg en promoveert aan de Vrije Universiteit Amsterdam; ze onderzoekt wat het betekent en inhoudt om (jonge) professionals toe te rusten met een ethisch kompas. Als oprichter van Consense coacht Lieke ervaren professionals bij levens- en loopbaanvragen. Daarnaast leidt ze jonge professionals (toegepast psychologen) op bij Fontys Hogescholen.

*Voor dit artikel sprak Lieke met de volgende ontwerpers:
Olga van Lingen, Afdeling/ Buitengewone Zaken – Buikpraat
Rutger Muller, Myubio Collective – Silence is the presence of everything
Alissa van Asseldonk / Nienke Bongers, A + N – Objects for wellbeing
Alvin Arthur – Body Scratch
René van Geer – Secrid
Marleen van Bergeijk – Embassy of Health & Wellbeing
Olga Surawska, Philips XD – Senses of Care
Bo Wong / Bastiaan Bervoets, Garage2020 – Mes Less, Embassy of Safety
Mitchell Jacobs, Studio Tast – Learning Innovation
Margreet van Uffelen, Omlab – Nature friendly starter home for swallows (nominee Dutch Design Awards)
Marianne van Sasse van Ysselt – Secrid
Rik Maarsen, Rik Makes – Compost Board, Embassy of Circular & Biobased Building’s Exploded View (2021)