Zoeken

Sluit zoeken
Ga naar vorige pagina

What if Lab: het circulaire station

Wat als.. we alle (kleine) stations in Nederland circulair gaan ontwerpen?

Nederland bereidt zich voor op een transitie naar een circulaire economie. We hebben als land de ambitie gesteld om in 2030 50% minder gebruik te maken van primaire grondstoffen en in 2050 volledig circulair te zijn. Ook spoor en stations spelen hierin een belangrijke rol: ze faciliteren duurzame bereikbaarheid voor een elk jaar groeiend aantal treinreizigers. En stations zijn daarbij niet het eindpunt van een reis, ze functioneren als verbindende hub voor reizigers naar hun eindbestemming.

Stel nu dat alle stations in Nederland volledig circulair worden. Dat biedt enorme kansen om de kringloop met een hoge dagelijkse impact te sluiten en de ambitie waar te maken dat afval tot de verleden tijd behoort. Ontwerpers kunnen bijdragen aan deze transitie, die al volop in beweging is, met denkkracht en innovatieve ideeën. Een station is daarbij een complex systeem waar vraagstukken in elkaar grijpen en oplossingen aan hoge eisen moeten voldoen. Het circulaire station ontwikkelen kunnen we niet alleen en zal nieuwe samenwerkingen vragen.

De context

What if Lab
What if Lab is een programma van Dutch Design Foundation waarin de verbinding wordt gelegd tussen organisaties en de ontwerpwereld om samen te werken aan concrete antwoorden op actuele ontwerpvragen. In het What if Lab krijgen bedrijven, overheden en dienstverlenende organisaties de kans om nauw samen te werken met professionals in design en kunnen ontwerpers zich vastbijten in omvangrijke, complexe uitdagingen. Het What if Lab is ontwikkeld als een proeftuin waarin ontwerpers en opdrachtgevers met duidelijke afspraken de potentie kunnen onderzoeken van toekomstige duurzame samenwerking(en).

De opdrachtgevers voor dit What if Lab zijn ProRail, NS Stations en Bureau Spoorbouwmeester. ProRail is in dit What if Lab het aanspreekpunt namens de opdrachtgevers. Dutch Design Foundation (DDF) ondersteunt de opdrachtgevers.

ProRail
ProRail is verantwoordelijk voor het spoorwegnet van Nederland en samen met NS voor aanleg en beheer van alle stations. Samen met vervoerders zet ProRail zich in om reizigers en goederen veilig en op tijd op hun bestemming te laten komen. ProRail wil meer treinen laten rijden, op een veilige manier en met minder hinder, nu en in de toekomst. Dat doet ProRail altijd met aandacht voor de effecten op milieukwaliteit en voor de samenleving.

Nederland wordt steeds drukker, de ruimte is beperkt en de vraag naar duurzame mobiliteit blijft toenemen. Het openbaar vervoer over het spoor zelf is al één van de duurzaamste vormen van transport. En als spoorbeheerder kijkt ProRail voortdurend hoe het nóg duurzamer kan. We gaan slim om met de ruimte die we hebben. Zo laten we over hetzelfde spoor meer treinen rijden en zorgen voor goede aansluitingen op voor- en natransport. We minimaliseren de CO2-uitstoot van het spoor. Dit doen we door te besparen op het energiegebruik en de uitstoot van de hele sector en het stimuleren van circulair materiaalgebruik. Ook wekken we energie op, bijvoorbeeld op perrondaken. En zijn we een goede buur voor onze omgeving, hiervoor treffen we diverse maatregelen die bijdragen aan een prettige leefwereld voor mensen en voor de natuur.

NS Stations
Stations, groot én klein, zijn belangrijk voor de mobiliteit in Nederland. In de totale reis van deur-tot-deur neemt het station een belangrijke positie in voor de OV-reiziger. NS heeft verschillende rollen op de stations en in de stationsgebieden, die zich de laatste jaren hebben ontwikkeld tot aangename multimodale knooppunten. Hierdoor wordt eerder voor het openbaar vervoer gekozen; het aantal treinreizigers groeit en de tevredenheid is enorm toegenomen. Samen met partners heeft NS ervoor gezorgd dat de stations fijne plekken zijn, waar je graag verblijft.

Bureau Spoorbouwmeester
Bureau Spoorbouwmeester is in 2001 op initiatief van de directies van NS en ProRail opgericht als een onafhankelijk adviserend orgaan voor ontwerp en vormgevingsopgaven binnen de spoorsector. Bureau Spoorbouwmeester bestaat uit een klein team adviseurs en staat onder leiding van de Spoorbouwmeester. Sinds het ontstaan van het bureau wordt aan en met het Spoorbeeld gewerkt.

Spoorbeeld: het vormgevingsbeleid van de spoorsector
Het Spoorbeeld beschrijft het ontwerp- en vormgevingsbeleid van de spoorsector. Opgesteld vanuit het perspectief van de reiziger en de omgeving, presenteert het de algemene, dragende visies, kaders en vormgevingsprincipes die betrekking hebben op de beleving van en omgang met het spoor.

Het Spoorbeeld heeft oog voor de gehele route: de ervaring van de reis, de transfer en het verblijf op en rond het station en het spoor. Het Spoorbeeld stimuleert het besef dat iedere opgave onderdeel is van een groter geheel. Door een consequente toepassing bevordert het overzicht en gebruiksgemak. Spoorbeeld stimuleert duurzaam ontwerpen binnen de spoorsector. We richten ons daarbij op drie pijlers:

  • circulair ontwerpen
  • energieneutraal ontwerpen
  • groen, klimaat-adaptief en biodivers ontwerpen
Het circulaire station: bijdrage aan een gezonde toekomst

De eerste stap naar duurzame stations is gezet. Dat blijkt uit de aanpak van CO2-reductie door de realisatie van energiezuinige en energie-producerende stations. Ondertussen dient de volgende stap zich al aan: het volledig circulair maken van spoor en stations. Dit is een complexe opgave die veel aspecten van het spoor en de stations raakt, waarin nog veel ontdekt en ontwikkeld moet worden.

Illustratief voor de circulaire uitdaging is de uitspraak van de gangmaker van het Cradle to Cradle-concept William McDonough: “There is no such thing in nature as waste: all materials given to us by nature are constantly returned to earth without even the concept of waste as we understand it. Everything is cycled constantly.” In dit licht beschikken NS en ProRail samen over een prachtige ‘materialenbank’ bestaande uit meer dan 400 stations en 3400 kilometer spoor. Jaarlijks vinden op en rond al die stations vele verbouwingen en onderhoudswerkzaamheden plaats. Ook in de komende jaren zullen er weer miljarden geïnvesteerd worden. Zo maken NS en ProRail de stations up-to-date, comfortabeler en veiliger voor alle reizigers.

Natuurlijk zijn er nog veel vragen. Welke kansen liggen er binnen het station met betrekking tot circulariteit? Hoe zorgen we dat producten en materialen hergebruikt worden? Hoe kunnen grondstoffen hun waarde behouden? Hoe zorgen we dat in de toekomst afval ook binnen het station niet meer bestaat? En wat betekent dit alles voor het architectonische ontwerp. Vaststaat in ieder geval dat het ontwerp door de circulaire opgave fundamenteel gaat veranderen.

Lagenmodel Steward Brand toegepast op een klein station
Wat is een circulair station?

Gezien de grote hoeveelheid materialen die doorgaans gebruikt wordt binnen het station is de impact van een goed circulair ontwerp hier in potentie erg groot. Aan de hand van de juiste principes kan een substantiële bijdrage geleverd worden aan onze gezondheid en ons welzijn, terwijl negatieve effecten op klimaat, milieu en biodiversiteit worden beperkt of zelfs geheel voorkomen. Met dit in het achterhoofd kunnen we een omschrijving geven van een circulair station. Het gaat dan om een stationsgebouw en omgeving die tot stand gekomen zijn op basis van de volgende uitgangspunten:

  • We voorkomen alle vormen van verspilling, we doen niets dat niet hoeft;
  • We houden bij alle ontwerpkeuzen rekening met de zuiverheid van grondstoffen ten behoeve van meerdere levenscycli;
  • We ontwerpen adaptief en modulair wat zorgt voor maximale toekomstbestendigheid;
  • We maken maximaal gebruik van bestaande gebouwen, producten, materialen en grondstoffen (dus we minimaliseren het gebruik van primaire grondstoffen);
  • We maken maximaal gebruik van hernieuwbare (biobased) grondstoffen;
  • We gebruiken niet toxische stoffen en vervangen vervuilende materialen;
  • We streven naar een 100% afvalvrije bouw.

Hierbij geldt steeds dat ProRail en NS circulariteit omarmen, actief kennis delen en stakeholders maximaal betrekken.

Samen met Civic Architects en Mieke Oostra schreef Bureau Spoorbouwmeester dit jaar het essay ‘Circulaire Stations’ waarin kansen voor het circulaire station worden behandeld: verschillende invalshoeken, ontwerpstrategieën, casestudies en voorbeeldprojecten. Dit essay kan via de link hieronder gedownload worden en is een rijke bron van inspiratie voor de opgave in dit What if Lab.

De ontwerpvraag

De opdrachtgevers zijn op zoek naar innovatieve ideeën, concepten en ontwerpen ten aanzien van circulariteit op Nederlandse treinstations. Het What if Lab Circulaire Stations geeft dit vorm en heeft betrekking op innovatie van een klein station ontworpen op basis van de circulaire principes in de vorige paragraaf. Wat betekent dit voor het ontwerp? Welke innovaties zijn mogelijk?

Ontwerpers worden gevraagd om een ontwerp te maken gericht op een van de thema’s zoals hieronder beschreven. Denk bijvoorbeeld aan circulaire perrontegels, een overkapping met biobased materialen of misschien een lease-station, dat na afloop van het gebruik weer op een andere plek neergezet kan worden. Per thema zal een nader te bepalen aantal ontwerpers binnen dit What if Lab de kans te krijgen een concept verder te ontwikkelen.

De opdrachtgevers vragen de ontwerpers hierbij nadrukkelijk verder te kijken dan de regelgeving en oplossingen die nu al worden ingezet. Er wordt gezocht naar innoverende voorstellen die stimuleren om te experimenteren en stappen in de toekomst te zetten. Nieuwe oplossingen en technieken kunnen daarbij ontwikkeld worden naar aanleiding van ideeën die juist verder kijken dan de huidige praktijk.

De thema’s zijn:

  • Sustainable Materials: het verminderen en optimaliseren van materiaalgebruik op kleine stations om het circulaire station haalbaar te maken. Wat zijn nu nog materialen die niet herbruikbaar zijn? Waar is de materiaal-impact hoog en kan door herontwerp met minder materiaal een vergelijkbaar resultaat geboekt worden? Kan afgeschreven materiaal uit de spoorsector een nieuwe functie in een station krijgen? Zijn er circulaire materialen die staal of beton kunnen vervangen? We zijn op zoek naar materiaalontwerpers, bio-designers en materiaalspecialisten om samen op zoek te gaan naar de circulaire materialen van morgen.
  • Circular Products: wat zijn producten die (nog) niet of juist nog beter circulair kunnen worden uitgewerkt? Denk hierbij bijvoorbeeld aan perrontegels, outillage (meubilair en reisinformatie), constructieve elementen en verlichting. Hoe zorgen we dat we op productniveau een volledig circulair station kunnen opleveren met producten die het gebruiksgemak en -plezier van het station verhogen? Zijn er producten die nu nog ontbreken en het kleine station duurzamer en/of gebruiksvriendelijker kunnen maken op een circulaire manier?
  • Systems and Strategies: hoe herontwerpen we het kleine station als geheel volledig circulair? Welke systemen en (ontwerp)strategieën kunnen we inzetten en wat is een voorbeeldstation dat daaruit ontstaat? Werken we vanuit een modulair systeem dat verplaatst en herschikt kan worden? Wordt het gehele station biologisch afbreekbaar? Ontwerpen we een station specifiek voor eenvoudig onderhoud en aanpassingen?
Het kleine station

Op dit moment telt Nederland ongeveer vierhonderd stations, 350 daarvan kunnen beschreven worden als een ‘klein’ station. In dit What if Lab willen we ons richten op deze kleine stations. Experimenten in deze relatief eenvoudige, beheersbare omgeving kunnen model staan voor innovaties in de toekomst op grotere schaal.

Het kleine station heeft altijd een aantal basiselementen. Dit zijn dan ook de ingrediënten voor de ontwerpuitdaging die wordt gesteld. We hebben de basisonderdelen van het kleine station hieronder schematisch beschreven. Qua vorm en materiaal kunnen concepten uiteraard afwijken van het station zoals je het nu kent, maar de beschreven elementen zijn minimaal nodig voor een goed functionerend station.

Het kleine station bestaat uit de volgende onderdelen (die overigens niet allemaal altijd op elk klein station aanwezig zijn), zie onderstaande tekening en de paragraaf Inspiratie en nuttige documenten, verderop in deze briefing:

  • reisdomein: twee zijperrons, elk voorzien van ‘beschut wachten’ van circa 10 meter en per perron 2 banken, verlichting, afvalbakken, klok en reisinformatie (statisch en dynamisch) met eventueel stijgpunten (trappen/liften) en een reizigers-tunnel of -traverse als er geen overpad is;
  • ontvangstdomein: één klein ontvangstgebouw/overkapping met kaartautomaat, reisinformatie, wachtgelegenheid, eventueel inclusief koffie;
  • omgevingsdomein: (eenvoudige) groenvoorziening, fietsenstalling en P&R-terrein.
Visualisatie het kleine station
Naar wie zijn we op zoek?

Het voornaamste doel van dit What-if Lab Circulaire stations is op creatieve wijze nieuwe mogelijkheden te ontwikkelen om het station circulair(der) te maken. We zoeken daarom ontwerpers (-bureaus, -studio's) die beschikken over ervaring of interesse in het werken met duurzame materialen, circulaire ontwerpen en/of strategieën. Wij nodigen ook nadrukkelijk jonge ontwerpbureaus uit om mee te denken over deze opgave. Stations zijn omgevingen die dagelijks door duizenden mensen worden gebruikt. Ontwerpers in dit What if Lab kijken daarom niet alleen naar vorm en techniek, maar ook hoe reizigers en beheerders van een station de ontwerpen in de dagelijkse praktijk zullen gaan gebruiken.

Op stations is veiligheid een prioriteit. Dit betekent dat ProRail en NS Stations in de dagelijkse praktijk veel te maken hebben met regelgeving en voorwaarden in ontwerp en uitvoering. In het What if Lab willen we juist ruimte creëren voor de onverwachte, vernieuwende oplossingen. We vragen daarom de ontwerpers verder te kijken dan de dagelijkse praktijk en echt de What if… gedachte te omarmen. Dan gaan we daarna, samen met de ontwerper, op zoek hoe we die gewenste toekomst ook waar kunnen maken.

De doelstelling is tijdens het What if Lab een samenwerking op te starten waarbij kennis en kunde van beide partijen worden uitgewisseld en gebruikt. Er zijn daarom ook regelmatig tussentijdse contactmomenten gepland, zodat ontwikkelingen die door de ontwerpers worden aangedragen draagvlak kunnen vinden bij de opdrachtgevers en zo nodig aansluiting kunnen vinden bij lopende ontwikkelingen of innovaties. Daarnaast is het goed om regelmatig verwachtingen af te stemmen, technische haalbaarheid te toetsen en de opdrachtgevers mee te nemen in het ontwerpproces. Zo werken we naar een product dat (in de toekomst) ook geïmplementeerd kan worden op de Nederlandse stations.

Programma, jury en begeleiding

Na de deadline voor aanmelding op 12 januari 2020 zullen de opdrachtgevers een keuze maken voor maximaal tien ontwerpers (-bureaus, studio's) die in dit What if Lab aan de slag gaan. Zij worden uitgenodigd voor een masterclass, waarna ze de volgende acht weken, zelfstandig een concept zullen ontwikkelen. Tussentijds staan gesprekken gepland met de opdrachtgevers om de vorderingen te bespreken en criteria, verwachtingen en praktische haalbaarheid te checken.

Deze tien ontwerpers zullen hun concepten op 14 april 2020 presenteren (‘pitchen’) aan een jury bestaande uit medewerkers van de opdrachtgevers en SuperUse Studios. Deze jury selecteert aan de hand van de presentaties en het contact tijdens het traject welke concepten binnen het What if Lab verder doorontwikkeld kunnen worden. De ontwerpers van de geselecteerde concepten ontwikkelen het concept verder uit tot een definitief concept: een uitgewerkt ontwerp. Hiervoor staat een periode van acht weken met verschillende tussentijdse gesprekken en testmomenten. Dit definitief concept zal 27 mei 2020 worden gepresenteerd aan de jury.

De definitieve concepten worden vervolgens gerealiseerd en getoond tijdens Dutch Design Week 2020 (DDW 2020). De ontwerpers zijn tijdens DDW 2020 hiervoor zelf aanwezig om het concept toe te lichten aan bezoekers. De vorm van deze expositie zal bepaald worden naar aanleiding van de geselecteerde ontwerpen en de wijze waarop deze zijn doorontwikkeld tot een prototype, model of andersoortige visualisatie.

Na DDW 2020 zullen de opdrachtgevers in overleg gaan met de ontwerpers om te bepalen wat eventuele volgende stappen zullen zijn in de doorontwikkeling van de uitkomsten naar de praktijk.

De jury bestaat uit:

  • Astrid Bunt, directeur Stations, ProRail
  • Rosalie Nijenhuis, manager Beleid en Ontwikkeling, ProRail
  • Reinout Wissenburg, programmamanager Duurzaamheid, ProRail
  • Liesbeth Boeter, adviseur en architect bij Bureau Spoorbouwmeester
  • Katelijn van den Berg, programmamanager Duurzaamheid NS Stations
  • SuperUse Studios

Dries van Wagenberg (namens DDF) en Roger Mariën (namens ProRail) zullen het proces begeleiden.

Inschrijven en procedure

Inschrijven kan tot zondag 12 januari 2020 23.59 via deze link en is mogelijk voor professionele ontwerpers en architecten. 

In dit inschrijfformulier vragen we ontwerpers om een referentie van 3 tot 5 relevante, eerder uitgevoerde projecten en een motivatie voor deelname aan What if Lab: het circulaire station waarin je beschrijft hoe de opgave aansluit bij jou als ontwerper/ontwerpstudio, wat je motivatie is om deel te nemen en waar je kansen ziet binnen de ontwerpvraag (max. 800 woorden). Het is nog niet nodig om al ontwerp oplossingen aan te dragen.

Ontwerpers kunnen zich inschrijven op verschillende thema's: Sustainable Materials, Circular Products en Systems and Strategies.

Uit de inschrijvingen wordt een selectie gemaakt van maximaal 10 ontwerpers. De geselecteerde ontwerpers ontvangen op 24 januari 2020 bericht.

De ‘Deelnamevoorwaarden What if Lab: Het Circulaire Station’ zijn van toepassing. Bij inschrijving wordt hier automatisch akkoord mee gegaan. De deelnamevoorwaarden zijn hieronder te downloaden.

De voertaal van het What if Lab is Nederlands. Communicatie gedurende het ontwerpproces alsmede de presentaties van ontwerpers mogen eventueel in het Engels gehouden worden. Documentatie en verslaglegging dienen in het Nederlands te worden aangeleverd.

Deelnamevoorwaarden

Download
Ontwerpcriteria

De concepten en ontwerpoplossingen zullen door de jury op 14 april en 27 mei getoetst worden op onderstaande criteria:

  • het concept/ontwerp sluit aan bij de uitgangspunten voor het ontwerp van een circulair station (zoals eerder in deze briefing beschreven);
  • het concept/ontwerp heeft betrekking op het kleine station zoals gedefinieerd in deze briefing en de masterclass;
  • het concept/ontwerp is innovatief en opent nieuwe mogelijkheden voor ProRail, NS Stations en Bureau Spoorbouwmeester;
  • het concept/ontwerp heeft impact; wat zijn verwachte energie- en CO2-reductie in de keten?
  • de kosten (lifecycle) van het concept/ontwerp staan (op termijn) in verhouding tot de economische en ecologische opbrengsten;
  • het concept/ontwerp is schaalbaar en niet voor een individueel station ontwikkeld;
  • het concept/ontwerp houd rekening met een goede stationsbeleving voor de gebruikers van het station.
Vergoeding

De maximaal tien geselecteerde deelnemers ontvangen voor deelname ieder een bedrag €3.000,- ex. BTW voor het bijwonen van de masterclass, eventuele reiskosten, ontwikkelen van een concept met bijbehorende tussentijdse contactmomenten en een presentatie (naast de ‘live’ presentatie ook te delen als PDF met de opdrachtgevers) op 14 april 2020.

Deelnemers die hierna geselecteerd worden om het concept uit te werken tot ontwerp met uitgewerkte visualisatie (bijvoorbeeld in een prototype, model, 3D animatie of video) en een daarbij behorend verslag van het proces, analyse en de uitkomsten in de vorm van een PDF/boekwerk. Deelnemers ontvangen hiervoor een vergoeding van € 10.000 ex. BTW. Deze vergoeding is ter compensatie van de gemaakte uren, reiskosten, eventuele materiaalkosten, bijbehorende tussentijdse contactmomenten en de presentatie op 27 mei 2020.

Voor de realisatie (materialisatie) op de DDW 2020 zullen nieuwe afspraken gemaakt worden tussen de organisatoren en ontwerpers gerelateerd aan de definitieve concepten.

Intellectuele eigendomsrechten

De intellectuele eigendomsrechten van de concepten die op 14 april 2020 niet geselecteerd worden door de jury, blijven volledig in handen van de betreffende ontwerpers. De opdrachtgevers krijgen enkel gebruiksrecht voor niet-commerciële doeleinden, waarvan gebruik mag worden gemaakt na het informeren van de betreffende ontwerper en met naamsvermelding van de ontwerper.

Van de concepten die wel worden geselecteerd om binnen het What if Lab verder te ontwikkelen, komt het intellectuele eigendomsrecht toe aan de opdrachtgevers. Als gevolg van deze overdracht zijn de opdrachtgevers onbeperkt gerechtigd het ontwerp te exploiteren, zonder dat hier een nadere vergoeding tegenover staat. Indien zij besluiten om na What if Lab het ontwerp verder te ontwikkelen, zullen de opdrachtgevers daarvoor eerst in gesprek gaan met de desbetreffende ontwerper om te onderzoeken of die het verder zou kunnen en willen ontwikkelen.

Een uitgebreide versie van de voorwaarden omtrent de Intellectuele eigendomsrechten is terug te vinden in de ‘Deelnamevoorwaarden What if Lab: Het Circulaire Station’.

Planning

Selectie
12 januari 2020 Deadline aanmeldingen
24 januari Bekendmaking selectie

Fase 1: ontwikkeling concepten (maximaal 10 ontwerpers)
11 februari Masterclass
3 & 4 maart Terugkoppelingsgesprek 1
24 & 25 maart Terugkoppelingsgesprek 2
14 april Pitch en selectie 3 ontwerpers voor fase 2

Fase 2: uitwerking concepten (geselecteerde ontwerpers)
23 april Terugkoppelingsgesprek 3
15 mei Terugkoppelingsgesprek 4
27 mei Eindpresentatie 3 concepten

Fase 3 (materialisatie ontwerpen)
Juni Start materialisatie ter presentatie tijdens DDW 2020
17 – 25 oktober Dutch Design Week 2020

Gedurende het gehele proces bestaat de mogelijkheid voor overleg, feedback en ondersteuning op spoor-specifieke onderwerpen via Roger Mariën. Waar nodig zal Roger collega’s van ProRail, NS Stations en/of Bureau Spoorbouwmeester betrekken.

Vragen?

Voor vragen kunt u contact opnemen met programmamanager Dries van Wagenberg en / of projectmanager Roger Mariën.